Opinie I We gommen zomaar ons collectief geheugen uit
"Alles van waarde mag niet weerloos worden"
De besparingen van de Vlaamse regering vormen een bedreiging voor waardevolle cultuurlandschappen, schrijft Peter De Wilde. Welke waarde hechten we nog aan ons gedeelde verhaal en herinneringen die in bodem, papier, steen en mensen worden bewaard?
Vorige zaterdag was ik in Brugge te gast op de heropening van het Adornesdomein. Het totaalverhaal van de Jerusalemkapel, de historische woningen en de zorgvuldig bewaarde archieven en kunstwerken is een levende illustratie van wat er gebeurt wanneer mensen eeuwenlang verantwoordelijkheid opnemen voor wat hun voorgangers waardevol genoeg vonden om door te geven.
De zeventiende generatie na Anselm Adornes bezingt er de lotgevallen van hun voorvader: Bourgondische Bruggeling, reiziger, diplomaat en ondernemer, met een levensloop van Schotland tot Perzië. Zijn horizon was ruimer dan die van veel moderne Vlamingen. Je kunt hem en zijn echtgenote zien liggen als gisant in de kapel. Maar dat wij hem vandaag nog kennen, danken we aan brieven, dagboeken en archiefstukken.
De leuze van de huidige Adornesgeneratie luidt: “Delen om levend te maken, levend maken om te bewaren.” Ik vind dat een rake omschrijving voor hedendaagse erfgoedzorg. Bewaren op zich is geen doel. We bewaren, omdat wij en vorige generaties betekenis vinden in wat ons werd toevertrouwd en omdat we het willen doorgeven aan wie na ons komt.
De familie investeerde aanzienlijk eigen middelen in onderzoek, restauratie en ontsluiting. Ze doen dat puur uit een gevoel van rentmeesterschap, niet omdat ze er rijk van worden. Integendeel, ze ondervinden in de strijd om de bezoeker forse concurrentie van het rijke (gesubsidieerde) museumlandschap in Brugge. Tijdens de opening hoorde ik hen zeggen hoe beslissend de gecombineerde inzet van vrijwilligers, van onderzoekers en van de overheid was geweest. Financiële steun hielp, zo klonk het, maar evenzeer advies, wetenschappelijk onderzoek, begeleiding en – bovenal – vertrouwen. Dat is wat je ook mag verwachten van goed (erfgoed)beleid: het stelt burgers, eigenaars en verenigingen in staat zorg te dragen voor iets dat groter is dan henzelf.
Dubbel signaal
De ironie wilde dat de aanwezige Vlaamse minister van Onroerend Erfgoed (Ben Weyts) die woorden van de eigenaars mocht aanhoren enkele dagen nadat de budgetoefening van de Vlaamse regering bekend was geworden. Onroerend erfgoed wordt daarbij grotendeels buiten de zwaarste besparingen gehouden (vanuit het besef dat erfgoed geen luxeproduct is, maar maatschappelijk kapitaal, aldus de minister in kwestie). Tegelijk kortwiekt zijn collega bevoegd voor cultureel erfgoed (Caroline Gennez) archieven, erfgoedbibliotheken, musea, erfgoedorganisaties en het sociaal-cultureel volwassenenwerk.
"Erfgoedzorgers zijn nooit de luidste roepers op de barricaden, en het cynische is: wie hen viseert, weet dat"
Wat voor een dubbel signaal is dat? Je vraagt je af welk erfgoed Vlaanderen nog belangrijk genoeg vindt om door te geven. De monumenten en landschappen worden ontzien, terwijl het geheugen, de verhalen, de kennis en de gemeenschappen die eraan betekenis geven, zwaar moeten inleveren. Alsof men bereid is de boom te verzorgen, maar niet langer geïnteresseerd is in de wortels.
Dat is een fundamentele vergissing. Erfgoed is het collectieve geheugen waarop een samenleving haar gedeelde identiteit bouwt. Wie dat geheugen afbouwt en die identiteit wegrelativeert, haalt op termijn de samenleving onderuit. Dort, wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen – zo schreef Heinrich Heine al in 1821.
Telkens wanneer ik met erfgoed bezig ben, ervaar ik het: een archief corrigeert mijn te snelle oordeel met feiten. Een restauratie leert mij geduld en respect voor vakmanschap. De trage evolutie van een historisch landschap dwingt mij verder te kijken dan de luie waan van de dag. En wie het erfgoed in zijn buurt deelt met bezoekers van elders, ontdekt dat trots zijn op de plaats waar je vandaan komt, perfect kan samengaan met een open blik op de wereld.
Erfgoed leert bescheidenheid én zelfvertrouwen. Dat schuurt met een culturele logica waarin activistische zichtbaarheid en maatschappelijke positionering zwaarder wegen dan continuïteit en zorgvuldige overdracht. Erfgoedzorgers zijn nooit de luidste roepers op de barricaden, en het cynische is: wie hen viseert, weet dat. Het argument dat men bespaart zonder aan de “kern” van het cultuurbeleid te raken, zegt dan ook veel. Blijkbaar wordt herinnering niet langer tot de essentiële culturele infrastructuur van Vlaanderen gerekend.
Wat mij het meest treft, is dat sectoren worden geraakt die op vrijwillige inzet rusten. Heemkundigen, vrijwilligers van Open Monumentendag en Erfgoeddag, leesbevorderaars, lokale verenigingen die avond na avond activiteiten organiseren zonder ervoor betaald te worden. Dat engagement is het stille fundament van Vlaanderen. Onze grote emancipatiebewegingen zijn uit die vrijwilligheid gegroeid. Cultuurfondsen zoals het Davidsfonds groeiden niet uit een subsidieloket, maar uit het vrije initiatief van burgers die geloofden dat taal, cultuur, geschiedenis en volksontwikkeling mensen sterker en zelfstandiger maken, betere burgers ook. Wie vandaag op die grondstroom bespaart, tast de voedingsbodem aan waarop onze Vlaamse cultuur kon groeien.
Oud papier
En ja: achter die besparing op cultureel erfgoed schuilt wel degelijk een visie. Cultuur telt alleen nog mee als het snel consumeerbare ‘producten’ voor strak omschreven doelgroepen voortbrengt, waarvan je het productieproces en de doelgroepomschrijving middels subsidies kan controleren. Of als het een opstapje biedt tot een protest-alibi voor activisten. Bron van continuïteit, identiteit en verbondenheid? Oubollig, mijnheer! Om een cultuur te verzwakken, hoef je haar instellingen niet te verbieden, haar taal te verminken of haar geschiedenis openlijk te herschrijven – wat zowel door woke als anti-woke volop gebeurt, trouwens. Het volstaat mensen ervan te overtuigen dat hun erfgoed irrelevant is, dat belangstelling voor geschiedenis achterhaald is, dat identiteit per definitie verdacht is of dat zorg voor ‘oud papier’ geen maatschappelijke waarde heeft. Wanneer mensen dat zelf beginnen te geloven, is de strijd al half verloren.
Zoals ecologen waarschuwen voor biodiversiteitsverlies, moeten wij nu vechten tegen cultureel biodiversiteitsverlies. Culturele ecosystemen worden op droog zaad gezet: een vrijwilligerswerking hier, een archiefproject daar. Een leesinitiatief houdt op, een vereniging kan niet langer optornen tegen het ‘professionele’ aanbod en gaat ten onder, een erfgoedbibliotheek bouwt personeel en openingsuren af, een tijdschrift legt er het bijltje bij neer, een collectie blijft gesloten en wordt onzichtbaar, om finaal te verdwijnen.
Elk afzonderlijk verlies lijkt beheersbaar, tot je op een dag vaststelt dat het landschap onherkenbaar en onleefbaar is geworden. Waardevolle cultuurlandschappen worden bedreigd. Midden in het veld worden oude bomen met diepe wortels geveld voor de prijs van het stookhout in andermans protestvuurtje. Welke waarde hechten we nog aan ons gedeelde verhaal, aan onze taal, aan een geschiedenis die ons oordeel scherpt en relativeert, aan herinneringen die in bodem, papier, steen en mensen worden bewaard? Willen we nog burgers die zich belangeloos inzetten voor iets dat groter is dan henzelf? En willen we dan nog meer besparen op de culturele weerbaarheid waaruit de toekomst van Vlaanderen moet groeien?
Peter De Wilde
Nationaal voorzitter Davidsfonds vzw