11 juliboodschap 2026 | Culturele & Economische Autonomie: Schering & Inslag voor een Sterk Vlaams Weefsel in Europa en de Wereld
Davidsfonds als trekker van een nieuwe culturele Vlaamse Beweging
Leuven, 11 juli 2026
Beste Davidsfondslid, -vrijwilliger, sympathisant
Het Davidsfonds-cultuurjaar ‘25-’26 loopt stilaan op z’n einde en het Nationaal Secretariaat, de vele lokale afdelingen, de regionale kernen van Davidsfonds Academie en de 16 cultuurregio’s leggen momenteel de laatste hand aan de programma’s en praktische voorbereidingen voor de start van het volgende cultuurjaar in september.
Wat een jaar is het geweest!
We startten in september ‘25 midden in de volle feestelijkheden van ons eigenste jubeljaar. Op 15 januari 2025 gaven we het startschot om een heel jaar lang 150 jaar Davidsfonds te vieren, om vervolgens – na een jaar van tientallen en tientallen lokale en regionale feestactiviteiten – te eindigen met een groot slotfeest op 17 januari eerder dit jaar.
Dit feest – wat we vierden met een prachtige eucharistieviering o.l.v. Bisschop Lode Aerts en een academische zitting in de promotiezaal van de KULeuven – was het orgelpunt van een prachtig jubileumjaar én ook van anderhalve eeuw inzet voor Vlaamse culturele ontvoogding en culturele gemeenschapsvorming.
Echter, het was niet enkel een orgelpunt, het was ook een startpunt.
Een startpunt van de ongetwijfeld uitdagende tocht die de komende jaren en het komende decennium voor ons ligt.
En voor die uitdagende en boeiende tocht hebben we op de dag zélf van die jubileumviering al onmiddellijk de eerste 3 krijtlijnen van die zoektocht uitgezet.
Zo bogen tijdens de academische zitting minister van Staat Herman van Rompaey, Prof. Em. Dr. Rik Torfs en Prof. Dr. Bart Maddens zich over de volgende centrale vraag, als eerste krijtlijn: “Wat is het belang van Wortels, Waarden en Identiteit voor onze gedeelde toekomst in het algemeen en voor de toekomst van een verenging als Davidsfonds in het bijzonder?”
Tijdens diezelfde academische zitting stippelde onze nationaal voorzitter Peter De Wilde met zijn gelegenheidstoespraak een tweede krijtlijn uit. Ik raad iedereen aan om deze bij gelegenheid nog eens te herlezen, dat kan hier. Dát de lat hoog wordt gelegd, is al duidelijk in de titel van deze toespraak. Die luidt: “Een Nieuwe Vlaamse Beweging: De Opdracht en Rol van Davidsfonds voor het Vlaanderen van Morgen.”.
“Het opzetten en op gang trekken van een ‘nieuw-soortige’ Culturele Vlaamse Beweging”. Als Opdracht en Rol van en voor Davidsfonds kan dit tellen!
Maar ook de vele Davidsfondsafdelingen, bestuursleden en vrijwilligers deden het afgelopen anderhalf jaar hun duit in het zakje. Het hele feestjaar lang gingen jullie lokaal aan de slag met het nadenken over wat nodig is om het Vlaanderen van Morgen te helpen bouwen. Elke afdeling kreeg een inspiratieboek, de Schatlas. We vroegen jullie om doorheen 15 vensters aan de slag te gaan met de centrale vraag “Hoe maken wij Vlaanderen en Brussel”.
De ‘schat’ aan informatie uit al deze schatlassen van al deze afdelingen brachten we samen in ons jubileumboek. Een jubileumboek als derde krijtlijn. Een boek dat niet alleen traditioneel terugkijkt op 150 jaar inzet in en voor Vlaanderen, maar ook vooruitblikt, inspiratie, moed en hoop geeft voor de opdracht en rol van een cultuurvereniging als Davidsfonds voor en in dat gedeeld Vlaanderen van morgen. En laat er geen misverstand over bestaan: dat is steeds een Vlaanderen mét Brussel.
We stonden als Davidsfonds mee aan de wieg van de Vlaamse Beweging 150 jaar geleden – ik ben ervan overtuigd dat we mee aan de wieg moeten staan van een nieuwe Vlaamse Beweging voor het Vlaanderen van morgen – een Vlaanderen dat vandaag eigenlijk al is gearriveerd – er is dus geen tijd te verliezen.
En dan vandaag, ter gelegenheid van de Vlaamse Feestdag, zetten we opnieuw een krijtlijn uit; met name:
Het belang van het tweespan Culturele & Economische autonomie voor Vlaanderen binnen de huidige en toekomstige Europese én geopolitieke context.
De Engelse dichter, theoloog en geestelijke John Donne schreef 4 eeuwen geleden, in het jaar onzes heren 1624, al het volgende:
"No man is an island, entire of itself; every man is a piece of the continent, a part of the main."
John Donne schreef dat geen mens een eiland is. Dit gaat niet alleen op voor een individu, maar zeker ook voor Brussel ín Vlaanderen en bij uitbreiding voor heel onze Vlaamse gemeenschap. Vlaanderen ontplooit zich niet dankzij economie alleen. Welvaart ontstaat daar waar mensen een gedeelde taal spreken, elkaar vertrouwen, zich verbonden weten met hun omgeving en verantwoordelijkheid opnemen voor één, gemeenschappelijk verhaal.
Cultuur is geen ornament, maar een fundament.
Cultuur is geen luxe naast de economie, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een sterke economische en maatschappelijke toekomst. In een Europa van regio's, steden en netwerken ligt de kracht van Vlaanderen niet alleen in wat het produceert, maar ook in wat het doorgeeft en cultureel uitdraagt voorbij onze eigen grenzen.
Sta ons toe om op de vooravond van de Vlaamse feestdag toch even te onderstrepen waarom net het sámengaan van economische en culturele ontvoogding zo belangrijk zijn – en van hoever we komen.
Ondertussen 151 jaar gelden, in 1875, werd Davidsfonds opgericht.
125 jaar geleden, In 1901, trok de journalist August De Winne door Vlaanderen. De armoede, miserie en uitbuiting die hij zag schreef hij neer in een reeks artikels, en gaat de verbeelding te boven. In 1902 bundelde hij deze artikels in een boek getiteld “A travers les Flandres” – ongetwijfeld bij iedereen beter bekend in de Nederlandse vertaling “Door Arm Vlaanderen”. De enorme rijkdom die op dat ogenblik in België wordt opgebouwd, gaat niet naar de Vlamingen die worden uitgebuit, de taal van de elite niet kunnen spreken en geen opleiding in de eigen volkstaal kunnen genieten – laat staan dat Vlamingen op dat ogenblik een eigen, volwaardige culturele gemeenschap mogen of kunnen uitbouwen.
Voor wie dit boek vandaag nog eens leest, is het overduidelijk:
Er kan geen sprake zijn van economische welvaart zonder economische autonomie en zelfbeschikking. En er kan geen duurzame economische autonomie zijn zonder culturele ontvoogding. En er kan geen ontvoogde, soevereine cultuurgemeenschap tot stand komen zonder een eigen culturele en voldoende opgeleide brede elite en middenveld.
Dit sluit trouwens ook naadloos aan bij de inzichten en het werk van Lodewijk de Raet, die taal, onderwijs, intellectuele ontwikkeling en economische vooruitgang als onlosmakelijk verbonden beschouwde.
96 jaar geleden konden Vlaamse studenten aan de universiteit van Gent eindelijk in het Nederlands studeren – met als eerste Nederlandstalige rector August Vermeylen, de man naar wie een hele poos later de vrienden – of moet ik zeggen de ‘kameraden’ – van het Vermeylenfonds zijn vernoemd.
Trouwens: in ons eigen Leuven (waar Davidsfonds al 150 jaar thuis is) was het nog een goede 30 jaar wachten op een volwaardige Nederlandstalige universiteit – “Leuven Vlaams” is nog geen 60 jaar geleden!
De strijd voor hoger onderwijs in de volkstaal is daarmee één van de grote verwezenlijkingen van de Vlaamse ontvoogdingsbeweging. Het is belangrijk om dit in het licht van het thema van vandaag niet uit het oog te verliezen. De goede beheersing van het Engels is van levensbelang voor onze economische autonomie en slagkracht. Echter: het gebruik van het Nederlands aan onze universiteiten, hogescholen en bij uitbreiding in het volledige onderwijs is heel fel bevochten en is van levensbelang voor de instandhouding, de groei en de bloei van een gezonde culturele autonomie.
In 1970-1971 wordt in de eerste staatshervorming de Nederlandse Cultuurgemeenschap gecreëerd. Culturele soevereiniteit krijgt eindelijk een, weliswaar embryonale, maar reële en duurzame institutionele vorm. De invloed van Davidsfonds in dit proces kan niet worden onderschat.
In 1980, met de tweede staatshervorming wordt met de oprichting van het Vlaams Gewest ook de institutionele basis gelegd voor onze eigen economische autonomie. De Nederlandse Cultuurgemeenschap werd verder uitgewerkt tot De Vlaamse Gemeenschap. Die nieuwe Vlaamse Gemeenschap en het pas opgerichte Vlaams Gewest smelten onmiddellijk samen en sindsdien hebben we een eigen Vlaamse regering en parlement. In vele opzichten is 1980 dus het geboortejaar van onze Vlaamse Deelstaat waarvan we op 11 juli de feestdag vieren.
In 2030 bestaat België 200 jaar, maar wat mij betreft nóg belangrijker: pas 150 jaar ná het ontstaan van België, zien we éindelijk de institutionele geboorte van wat een cultureel ontvoogd én economisch autonoom Vlaanderen kan en moet worden.
Dus bij deze een warme oproep om over 4 jaar, in 2030, bovenal en vooreerst 50 jaar Vlaanderen te vieren.
Een institutioneel volwassen geworden Vlaanderen dat na 50 jaar op soevereine wijze de eigen culturele en economische sterke koers kan varen in het Europa en de wereld van vandaag, morgen en overmorgen.
Tot slot: De opdracht voor Davidsfonds als Vlaamse cultuurorganisatie om in de komende jaren en het komend decennium die nieuwe culturele Vlaamse Beweging vorm te geven is duidelijk:
Wij moeten de culturele ‘schering’ zijn voor onze economische ‘inslag’. Enkel zo kunnen we een sterk, cultureel rijk en economische welvarend gemeenschappelijk weefsel doorgeven aan de volgende generaties.
Want om het – nogmaals – te herhalen:
Niemand is een eiland. En ook Vlaanderen is dat niet. Onze culturele verbondenheid is niet alleen een erfenis uit het verleden, maar een investering in de welvaart van morgen.
Aan allen een fijne Vlaamse feestdag gewenst!
Kris Opdedrynck, algemeen directeur
Peter De Wilde, nationaal voorzitter