Voor jou gelezen: Je eigen kamer van Virginia Woolf (nieuw Davidsfonds Essay)

Blog cover _virginia woolf.png

Voor jou gelezen: Je eigen kamer van Virginia Woolf (nieuw Davidsfonds Essay)

Gepubliceerd door Davidsfonds op 9 april 2022

Een vrouw zit gebogen over de tafel. Het is stil. Ze concentreert zich met een pen in haar hand. Er ligt een papier voor haar neus. Haar ogen wijken er niet vanaf. De denkrimpeltjes op haar voorhoofd vertaalt ze vlot in woorden. Later zet ze haar woorden om in letters op een scherm. Het is de eenentwintigste eeuw. Dankzij haar voorgangsters kan en mag ze zich concentreren op haar schrijfwerk. Niet iedereen in de geschiedenis had zoveel geluk.

Tekst: Marjolein Goris

Geen standaard essay

In Je eigen kamer (Engelse titel: A Room of One’s Own) vertelt Virginia Woolf over vrouwen en fictie. Waarom schreven vrouwen vroeger minder dan mannen? Woolf vat haar pleidooi samen in twee essentiële zaken die een schrijver nodig heeft om succesvol te worden: geld en een eigen kamer.

Het is geen doodnormaal essay. Woolf zet haar gedachten niet om in droge argumentatie en het verhaal is eerder een literair werk. Bovendien was Je eigen kamer eerst geen essay. In 1928 werd Virginia Woolf gevraagd om een lezing te geven aan de studentes van de vrouwencolleges Newnham en Girton in Cambridge. Ze had het over vrouwen en fictie (Women and fiction), wat de eerste titel van het werk werdZe onderzoekt waarom vrouwen, letterlijk en figuurlijk, geen ruimte kregen om te schrijven, of in veel gevallen ook geen geld hadden. Daarom duikt ze in de geschiedenis van haar voorgangsters.

(Foto: publiek domein via Wikimedia Commons)

Drie schrijfsters

Omdat ikzelf dankbaar ben dat deze vrouwen het schrijverspad voor mij bewandelden, wil ik dieper ingaan op het leven van de drie personen die me het meeste intrigeerden in het verhaal van Woolf. Ze illustreren één voor één ook de tijdsgeest van hun eigen tijdsperiodes.

Margaret Cavendish, hertogin van Newcastle-upon-Tyne (1623-1673)

(Foto: Publiek domein via Wikimedia Commons)

Margaret Cavendish genoot niet van een formele educatie, maar had wel toegang tot bibliotheken en leerkrachten. Zo werd ze dichteres, wetenschapster, filosofe en schrijfster. Hoewel de meeste vrouwen in haar tijd hun werk anoniem publiceerden, schreef zij wel in eigen naam. Dat, en het feit dat ze zich bezighield met ‘mannenonderwerpen’, stootte veel mensen tegen de borst. Ze kreeg de bijnaam ‘Mad Madge’. Toch werd ze als eerste vrouw uitgenodigd voor de Royal Society, de Britse academie voor wetenschappen.

 “Uiteraard werd de gekke hertogin een spook waar slimme meisjes bang mee werden gemaakt.” (Virginia Woolf, Je eigen kamer, p. 69)

Volgens Woolf werd de hertogin uitgelachen aan het hof, maar geprezen door professoren. Dat maakte haar eenzaam en gek.

Anne Kingsmill, gravin van Winchilsea (1661-1720)

(Foto: Publiek domein via Wikimedia Commons)

Anne Finch, geboren als Anne Kingsmill, kwam ter wereld in een rijke familie. Haar vader stierf nog voor ze kon lopen of praten. In zijn testament schreef hij uitdrukkelijk dat zijn dochters voor hun opvoeding en educatie dezelfde financiële steun zouden krijgen als zijn zoon. Iets heel ongewoons voor die tijd, zoals je uit het verhaal van hertogin Cavendish hierboven kan opmaken.

Als Engelse dichteres focuste ze zich niet alleen op liefdes- of vriendschapsgedichten, maar ook op de sociale ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. In het eerste deel van haar leven deelde ze haar gedichten alleen met vriendinnen. Poëzie was volgens de publieke opinie niet geschikt voor vrouwen. Leeftijdsgenoten die hun gedichten wel deelden, werden met de grond gelijkgemaakt. Later in haar leven publiceerde ze haar gedichten pas onder haar naam.

“Ze moet zichzelf zowaar moed inspreken om te schrijven, met de gedachte dat wat ze schrijft nooit gepubliceerd zal worden; ze moet zichzelf sussen met deze treurzang.” (Virginia Woolf, Je eigen kamer, p. 66)

Anne leed aan een zware depressie, o.a. door haar zorgen over sociale ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, maar ook door andere politieke spanningen in haar tijd.

Mary Ann Evans (1819-1880)

(Foto: Publiek domein via Wikimedia Commons)

Mary Ann Evans staat bekend onder een andere naam: George Eliot. Men geloofde in die tijd sterk dat vrouwen alleen romances konden schrijven en niet in staat waren serieuzere literaire werken te maken. Daarom veranderde Mary Ann haar naam naar George Eliot.

“Ze eerden de conventie die, inzien ze hen al niet was ingeprent door de andere sekse, er zeker uitgesproken door werd aangemoedigd (‘De hoogste eer voor een vrouw is niet genoemd te worden’, zei Pericles, zelf een vaak genoemde man), namelijk dat bekendheid voor vrouwen verachtelijk is. Anonimiteit zit in hun bloed.” (Virginia Woolf, Je eigen kamer, p. 57)

Dat schrijfsters een andere pennaam gebruikten, is trouwens geen fenomeen uit het verleden. Denk maar aan succesauteur Joanne ‘J.K.’ Rowling van de bekende Harry Potter-boeken. Haar uitgever raadde haar in de jaren 1990 nog aan om haar naam niet voluit te schrijven, maar initialen te gebruiken. Het stigma rond vrouwelijke schrijvers is dus nog niet volledig naar de achtergrond verdwenen.

Schrijven voor de toekomst

Woolf eindigt haar lezing met een oproep aan de studentes om te blijven schrijven, welke obstakels er ook op hun weg liggen. Het voelt haast persoonlijk aan, alsof Virginia Woolf het rechtstreeks tegen de lezer zegt. En ik beloof haar plechtig te blijven schrijven. Zoals mijn voorgangsters dat ook deden. En ik hoop dat velen van jullie dat ook doen.

Wil je het boek ‘Je eigen kamer’ van Virginia Woolf lezen? Het is nu verkrijgbaar op onze website davidsfonds.be. Of lees een van onze andere Davidsfonds Essays!

Davidsfonds Essays
Davidsfonds Essays

Labels: Thema Taal