Blijf het vlammetje van verwondering aanwakkeren, je brein zal je dankbaar zijn
Op je zestigste Chinees leren, op je zeventigste aan kunstgeschiedenis beginnen of eindelijk willen begrijpen hoe artificiële intelligentie werkt? “Hou je vooral niet in”, zegt neuroloog en hersenonderzoeker Steven Laureys. “Ons brein blijft zich een leven lang aanpassen aan wat we doen, leren en ervaren. Nieuwe kennis houdt onze hersenen in beweging, andere mensen geven het extra prikkels en zelfs dagdromen heeft zijn nut.” Kortom, zorg ervoor dat het vlammetje van verwondering brandt, want dat is de motor van levenslang leren en een zo fit mogelijk brein.
Tekst: Dirk Remmerie
Steven Laureys heeft van het veranderende brein zijn onderzoeksdomein gemaakt. Hij bouwde in Luik een internationale reputatie op met zijn onderzoek naar bewustzijn en coma. Vandaag leidt hij aan de Université Laval in Québec de Canada Excellence Research Chair in Neuroplasticity, blijft hij verbonden aan de Universiteit van Luik en werkt hij intensief samen met onderzoekers in China. Hij is onder meer medeoprichter en codirecteur van een Chinees-Belgisch onderzoekslaboratorium rond bewustzijnsstoornissen in Hangzhou. In oktober verschijnt bij Pelckmans zijn nieuwe boek Het flexibele brein.
De titel van zijn boek vat perfect samen wat Laureys al jaren in hersenscans bestudeert: het brein dat we vandaag hebben, is niet precies hetzelfde brein als gisteren. Er ontstaan verbindingen, andere verdwijnen of worden sterker. Dat vermogen stopt niet wanneer we de schoolbanken verlaten: het is onze levenslange compagnon.
Wat ieder van ons hoopvol mag stemmen, want ouder worden doen we allemaal. En dat verandert natuurlijk een en ander: sommige dingen gaan trager, met als keerzijde dat onze ervaring toeneemt. In al die verandering een fijne constante: zolang de wereld rondom ons ons kan blijven boeien, zolang we nieuwsgierig en leergierig blijven, is heeft ons brein een een prikkel om nieuw terrein te verkennen en flexibel te blijven. Toch?
Steven Laureys: “Inderdaad. Ons brein is flexibel en past zich permanent aan. Dat noemen we neuroplasticiteit. Bij kinderen gaat dat bijzonder snel. Kijk maar hoe gemakkelijk zij een nieuwe taal oppikken en hoeveel informatie ze op school opnemen. In tegenstelling tot wat velen denken, verdwijnt die plasticiteit niet wanneer we volwassen worden. Je kunt je hele leven nieuwe dingen leren. Niet met een wonderpilletje of een wonderapp. De belangrijkste motor is motivatie, gepassioneerd blijven, openstaan voor nieuwe ontdekkingen: dat heeft werkelijk een effect op het brein. Daarom is nieuwsgierigheid zo belangrijk. Je moet iets vinden wat je boeit. Iemand anders kan je kansen bieden of iets tonen, maar uiteindelijk moet jij zin krijgen om ermee aan de slag te gaan.”
Toch lijkt het alsof leren op latere leeftijd meer moeite kost. Of verbeelden we ons dat?
“Bepaalde dingen vragen meer tijd, dat valt niet te ontkennen. Maar cognitief is het verhaal veel genuanceerder dan simpelweg zeggen dat alles achteruitgaat. Je doet in de loop van je leven enorm veel ervaring op. Daardoor pak je problemen anders aan en kun je situaties beter plaatsen. Dat geldt professioneel, maar ook relationeel en emotioneel. Een vijftiger heeft dingen meegemaakt die een twintiger nog niet heeft meegemaakt. Sommige cognitieve functies zijn bij jongeren sneller, maar daar staat ervaring tegenover. Je cognitieve en emotionele flexibiliteit verandert dus. Het belangrijkste is dat je motivatie en passie niet verliest.”
Heeft het nog zin om op je zeventigste een nieuwe taal te leren of een muziekinstrument beginnen te bespelen?
“Absoluut. Op elke leeftijd kun je nieuwe dingen leren. Ik werk in de academische wereld en zie mensen die later in hun leven nog beslissen om een masteropleiding te volgen of zelfs een doctoraat te maken. Dat vind ik prachtig. Maar zo ambitieus hoeft het helemaal niet te zijn. Misschien ben je gefascineerd door China en denk je: ik wil Chinees leren. Doe dat. Misschien wil je een instrument leren bespelen. Probeer het. Maak er alleen geen competitie van. Het moet fijn blijven. Je hoeft niet te bewijzen dat je de beste bent en je hoeft jezelf ook niet te vergelijken met wat je op je twintigste kon. Sommige dingen zullen meer tijd vragen. Dat is oké.”
Ons brein is dus nooit ‘af’?
“Het blijft veranderen. En die neuroplasticiteit werkt bovendien in twee richtingen. De coronaperiode was op dat vlak een uitzonderlijk natuurlijk experiment. Veel studies met gezonde vrijwilligers moesten tijdens de lockdowns worden stopgezet. Toen verschillende onderzoeksgroepen daarna opnieuw begonnen, zagen ze veranderingen tegenover de situatie voordien, ook in hersengebieden die belangrijk zijn voor het geheugen. Tijdens de pandemie kwamen natuurlijk verschillende factoren samen: mensen bewogen minder, kwamen minder buiten, hadden minder sociale contacten en leefden met veel onzekerheid en chronische stress. Het positieve verhaal is dat de omgekeerde beweging ook bestaat. Als zulke omstandigheden een negatieve invloed kunnen hebben, reageren onze hersenen ook op nieuwe ervaringen, beweging, leren en sociale contacten.”
“We onderschatten soms hoe belangrijk andere mensen zijn voor onze hersengezondheid”
Wat maakt samen met anderen leren zo waardevol?
“We zijn sociale dieren. Natuurlijk is iedereen anders. De ene mens is introverter dan de andere en er bestaat een heel spectrum aan neurodiversiteit. Maar voor veel mensen werkt leren in groep bijzonder goed. Je krijgt dan eigenlijk een dubbele stimulatie. Je leert iets nieuws en tegelijk praat je met andere mensen, wisselt ervaringen uit en deelt wat je ontdekt hebt. Ook die sociale interactie stimuleert het brein. Dat kan een taal zijn die je samen leert, een dansles of een sport. Tijdens corona hebben we gezien wat het omgekeerde kan doen. Sociaal isolement, zeker in combinatie met chronische stress, heeft veel mensen geen goed gedaan. We onderschatten soms hoe belangrijk andere mensen zijn voor onze hersengezondheid.”
Kunnen we door geestelijk actief te blijven dementie voorkomen?
“Daar moeten we heel voorzichtig mee zijn. Je kunt jezelf niet immuniseren tegen de ziekte van Alzheimer of andere vormen van dementie. Genetische factoren spelen mee en er bestaat ook zoiets als pech. Het zou dus absoluut verkeerd zijn om iemand die dementie krijgt het gevoel te geven dat hij daar zelf verantwoordelijk voor is. Wat onderzoek wel laat zien, is dat mensen die veel hebben geleerd, tijdens hun professionele leven actief zijn gebleven en ook later geestelijk actief blijven een grotere cognitieve reserve kunnen opbouwen. Die reserve kan mee bepalen hoe iemand cognitief ouder wordt en speelt ook een rol binnen het dementiespectrum. Dat vind ik een realistische en tegelijk hoopvolle boodschap. We hebben niet alles in handen, maar wat we doen, is ook niet onbelangrijk.”
Kun je het tij keren als je je geest en lichaam jarenlang behoorlijk hebt verwaarloosd?
“Dan zou ik zeker niet zeggen: het is te laat. Dat heb ik ook in mijn medische praktijk geleerd. In de geneeskunde spreken we meestal over waarschijnlijkheden. Er zijn maar weinig absolute zekerheden. Neem iemand die jarenlang gerookt heeft. Stoppen heeft nog altijd zin. Hetzelfde geldt voor onze levensstijl. Misschien heb je jarenlang veel stress gehad, weinig bewogen of nauwelijks aandacht besteed aan je gezondheid. Ook dan is het zinvol om het roer om te slaan, want je kunt nog altijd dingen veranderen. Vertrek van waar je vandaag staat. Wat wil je nog doen? Waarvan wil je genieten? Wat is haalbaar? Je hoeft niet op maandag te beslissen dat vanaf dinsdag je hele leven anders moet.”
“Slaap is geen verloren tijd voor het brein”
We denken bij hersentraining spontaan aan lezen, studeren of puzzelen. Hoe belangrijk is lichamelijke beweging?
“Goede vraag. Lichamelijke activiteit stimuleert inderdaad ook de neuroplasticiteit. We zouden dus best wat minder achter onze schermen zitten en wat meer bewegen. Ook cardiovasculaire risicofactoren zijn belangrijk: hoge bloeddruk, cholesterol, diabetes, roken, een sedentair leven. Ons brein heeft enorm veel energie nodig. Een goede vuistregel is: wat goed is voor je hart en bloedvaten, is doorgaans ook goed voor je brein. Daar komen voeding en slaap bij. Tijdens onze slaap vinden belangrijke processen plaats die met leren en neuroplasticiteit te maken hebben. Bij oudere mensen hoor je soms: ik slaap nu eenmaal slechter omdat ik ouder word. Toch loont het om te onderzoeken waarom iemand slecht slaapt en er iets aan te doen. Slaap is geen verloren tijd voor het brein.”
Als we alles optellen, krijgen we bijna een nieuwe dagtaak: leren, bewegen, gezond eten, goed slapen, sociale contacten verzorgen. Kunnen we ook te hard ons best doen om gezond ouder te worden?
(lacht) “We leven al in een maatschappij waarin enorm veel van ons wordt gevraagd. Je moet het goed doen op je werk, een goede partner zijn, een goede ouder, vrienden onderhouden, hobby’s hebben. We proberen voortdurend allerlei ballen in de lucht te houden. En dan leggen we onszelf soms nog een extra verplichting op: ik moet gelukkig zijn. Ook dat kan druk veroorzaken. Ik geloof meer in het besef dat een deel van het leven niet controleerbaar is. Als neuroloog zie ik dat van heel dichtbij. Je kunt perfect gezond leven en morgen kan een ongeval of een ernstige diagnose alles veranderen. Pech bestaat. Je kunt niet alles voorkomen. De vraag wordt dan: hoe ga ik om met wat mij overkomt? Met de jaren bouw je daar hopelijk enige veerkracht en wijsheid voor op. Soms regent het, soms stormt het. Dat hoort bij een mensenleven.”
“Als individu kun je de ontwikkeling van AI niet tegenhouden. Je kunt wel beslissen hoe je ermee omgaat en hoeveel ruimte je het in je leven geeft”
“Ik moet gelukkig zijn”, is een druk die we onszelf vaak opleggen, zeg je. Kan blijven leren bijdragen aan een gelukkiger leven?
“Zeker, alleen zou ik geluk niet als een einddoel behandelen. Permanent gelukkig zijn bestaat niet. Wat wel helpt, is aandacht hebben voor de dingen die goed gaan en voor kleine momenten die je waardeert. Doordat ik veel op verschillende continenten verblijf, ben ik ook anders gaan kijken naar wat we in Europa, België en Vlaanderen hebben. We klagen soms gemakkelijk over het weer, belastingen of wat dan ook. Tegelijk hebben we ontzettend veel om dankbaar voor te zijn. Er bestaan heel eenvoudige oefeningen waarbij je ’s avonds even stilstaat bij enkele momenten van die dag die je hebt gewaardeerd. Ook daarvan zien we een positieve invloed op hoe mensen hun leven beleven. Je verandert daarmee niet wat je overkomt. Je kunt wel beïnvloeden waaraan je aandacht schenkt.”
Precies om onze aandacht wordt vandaag hard gevochten. Wat doet die permanente stroom van berichten, beelden en informatie met ons?
“Dat is een grote uitdaging. We hebben allemaal dezelfde hoeveelheid tijd. De vraag is wat we ermee doen. Sociale media, smartphones en nu ook artificiële intelligentie kunnen enorm veel mentale ruimte innemen. Je kunt je voortdurend zorgen maken over alles wat verandert. Als je daar telkens opnieuw over blijft piekeren, ontstaat chronische stress. Dat kan vervolgens ook je slaap beïnvloeden. Je moet proberen onderscheid te maken tussen wat je kunt beïnvloeden en wat niet. Als individu kun je de ontwikkeling van artificiële intelligentie niet tegenhouden. Je kunt wel beslissen hoe je ermee omgaat en hoeveel ruimte je het in je leven geeft.”
“Leer je kinderen vooral om kritisch te denken, want je weet niet wat ze nodig zullen hebben wanneer ze volwassen zijn”
Over AI gesproken: wat is de impact op jouw onderzoek?
“In mijn onderzoekswerk gebruiken we AI al langer. Ze helpt ons bijvoorbeeld om grote datasets te verwerken. Ook in de geneeskunde zijn er fantastische mogelijkheden. Maar AI verschilt fundamenteel van ons brein en van menselijk bewustzijn. Algoritmes kunnen razendsnel informatie verwerken en berekeningen uitvoeren. Ze voelen niets. Ze geven ons evenmin automatisch een antwoord op ethische vragen. Daarom moeten we sterk blijven inzetten op kritisch denken. Het gaat vandaag steeds meer om de vraag: hoe verwerk ik informatie? Hoe beoordeel ik of iets betrouwbaar is? Hoe formuleer ik zelf een antwoord? En ook: wat doet die informatie met mij? Hoe voel ik me? Hoe gaan we met elkaar om? Dat zijn menselijke vaardigheden die in een hypertechnologische samenleving bijzonder belangrijk worden.”
Heeft het nog zin veel kennis te verzamelen als een machine vrijwel onmiddellijk een antwoord kan geven?
“Natuurlijk. Je hebt kennis nodig om kritisch te kunnen denken. Alleen verandert de wereld zo snel dat we onmogelijk precies weten welke kennis over tien of twintig jaar noodzakelijk zal zijn. Het is de reden waarom mijn kinderen Montessori-onderwijs volgen. Daar zit een gedachte achter die ik heel mooi vind. Ik parafraseer, maar ze komt erop neer dat je kinderen niet alleen alle kennis van vandaag moet proberen mee te geven. Leer hen ook denken, want je weet niet wat ze nodig zullen hebben wanneer ze volwassen zijn. Dat geldt vandaag meer dan ooit: kritisch denken, flexibiliteit en je kunnen aanpassen worden cruciaal. De geschiedenis mag ons wat vertrouwen geven. Mensen hebben zich altijd aangepast aan grote veranderingen. Dat vraagt inspanning en we moeten kritisch blijven, maar we hoeven daarom niet cynisch te worden of ons terug te trekken.”
Is ‘focus’ in een wereld vol geroeptoeter een vaardigheid die we extra moeten koesteren?
“Leren zonder aandacht en focus is een illusie. Ons brein heeft tijd nodig. Technologie kan ons helpen om tijd te besparen en zo de weg effenen naar meer aandacht en focus. Alleen moeten we niet automatisch aannemen dat we ook zeeën van vrije tijd zullen krijgen. Dat hebben we eerder al gedacht. Toen huishoudelijke apparaten hun intrede deden, verwachtte men dat we veel minder zouden werken. We werken nog altijd veel – wellicht meer dan ooit, zelfs. Het is dus aan ons om technologie een goede plaats te geven. Uiteindelijk blijven wij sociale wezens met gevoelens. Een AI-systeem krijgt geen burn-out. Het kan 24 uur per dag blijven draaien. Wij kunnen op dat vlak niet concurreren. Maar precies onze gevoelens zijn ook onze kracht. Wij kunnen gepassioneerd raken, geïnspireerd worden en andere mensen inspireren.”
Je maakt een onderscheid tussen wat we wetenschappelijk kunnen begrijpen en de pure beleving.
“Dat vind ik juist fascinerend. Als wetenschapper probeer ik dingen objectief waar te nemen, te meten en voorspellingen te doen. Maar daarnaast heb je de quasi onverklaarbare ervaringen. Waarom raakt een kunstwerk iemand? Waarom doet een gedicht iets met je? Waarom word je verliefd? We kunnen daar wetenschappelijk onderzoek naar doen, maar je kunt een gedicht ook zo grondig analyseren dat je het kapot maakt. Mijn grote passie is het menselijke bewustzijn: onze gedachten, percepties en emoties. Daar hoort ook bij dat we met verwondering blijven kijken naar wat we nog niet begrijpen. Als wetenschappers moeten we niet arrogant worden en doen alsof alles te reduceren valt tot een wetenschappelijke theorie, één hersengebied of één neurotransmitter. We onderzoeken bijvoorbeeld flow: waarom schrijft iemand plots een liedje? We kijken naar dromen, cognitieve trance en hypnose. Allemaal fascinerende fenomenen. Tegelijk is het goed te beseffen hoeveel ons nog ontsnapt.”