“Ik hou van de rafelrandjes in een tekst”
Scherp je pen en brei een vervolg aan de introtekst van Hans Depelchin, onze kersverse ambassadeur van Junior Journalist. Op deze uitdaging laten we de jongste deelnemers uit reeks 1 en 2 (10-12 jaar) hun creativiteit botvieren tijdens de komende, 42ste editie van Junior Journalist.
Tekst Sofie Bogaerts / Foto Bas Bogaerts
Hans Depelchin is schrijver, speler, presentator en docent. Met zijn boek ‘De rode koe’ werd hij genomineerd voor de shortlist van de Boon Literatuurprijs, waar ook Davidsfonds haar schouders onder zet als sponsor van de publieksprijs voor fictie en non-fictie. Deze samenwerking wierp haar vruchten af en leidde tot een nieuwe samenwerking: maak kennis met Hans, onze kersverse ambassadeur.
Terug naar de wortels
Een nostalgische terugblik in de tijd was het, toen Hans bij de bekendmaking van de Boon-shortlist de naam Junior Journalist hoorde vallen. Als jonge knaap nam hij zelf ook ooit deel aan de wedstrijd. Hij ging dus maar al te graag in op onze vraag om de rol van Junior Journalist-ambassadeur op te nemen. “Ik besefte opeens dat ik daar heel goeie herinneringen aan heb. Ik voelde de nostalgie opborrelen, en kreeg inzicht in het belang dat Junior Journalist gehad heeft voor mij. Je zou het kunnen zien als het begin van een soort schrijverschap, al is dat misschien te sterk uitgedrukt. De wedstrijd heeft mijn schrijverszin alleszins wel gestimuleerd; samen met mijn ouders en de school”, vertelt Hans. “Dankzij mijn deelname aan Junior Journalist werd voor mij ook het analytische aspect belicht, naast het puur verhalende waar ik sowieso al mee bezig was.”
“Ik heb heel goeie herinneringen aan mijn eigen deelname aan Junior Journalist”
- Hans Depelchin
Ruimte voor mysterie
Voor de komende editie laat Davidsfonds de jongste deelnemers aan Junior Journalist voor het eerst vertrekken vanuit een introverhaal, dat Hans zal schrijven. Wat vormt voor hem nu een goede basis voor een sterke introtekst? Hans: “Ik hou wel van mysterie in een tekst, het minder evidente, de rafelrandjes of duistere hoekjes en kantjes. Een geheim, iets wat ontrafeld kan worden, maar niet zozeer ontrafeld moét worden. De tekst moet prikkelen, mensen aansporen om het thema verder uit te diepen. Ik geef zelf ook les, dus ben volop op prospectie om te kijken wat er leeft bij die leeftijden. Ik zoek iets wat een beetje aansluiting vindt, maar toch genoeg vernieuwing brengt. De introductie van een concreet personage en een plek die zintuiglijk voldoende prikkelt zijn ook belangrijke elementen.”
AI als vriend, of niet?
AI als bondgenoot bij je teksten, een goed idee? Hans is ervan overtuigd dat je het niet mag afblokken, zeker niet in zijn rol als leraar, want leerlingen gebruiken het sowieso. “Met alle leraren op onze school volgden we onlangs een traject rond AI. Er werd ons aangeraden om het toch te integreren, ook al zijn we met theater bezig en ligt het heel gevoelig. Ik heb met een groep 18- en 19-jarigen een voorstelling uitgewerkt. Ze hebben het verhaal zelf geschreven en monologen uitgewerkt. Twee van hen hebben een eigen voorstel ingeladen en achteraf samen met AI herwerkt. In de les zelf heb ik de leerlingen de korte inhoud laten inladen en hen zo in gesprek laten gaan met hun personage: wat zou mijn personage in die situatie doen? Daaruit kan je eventueel extra materiaal putten om je personage nog beter gestalte te geven.”
“Daarnaast ben ik benieuwd wat AI bij onze Junior Journalisten teweeg zal brengen. Ik vind het zeker een goed idee om het te proberen, want je legt de verantwoordelijkheid bij de deelnemers en je vertrouwt op hun eerlijkheid. Bij onzekere leerlingen kan het helpen om hun tekst nog meer uit te diepen, maar ik hoop dat er ook nog ideeën van henzelf zullen tussen zitten. Het moet een kwestie van en-en zijn. Sowieso hoop ik dat mijn intro een uitnodiging mag zijn om werelden te verkennen die ze nog niet kennen en dat ze er veel plezier aan beleven.”
