“Grote namen als Lanoye en Hertmans moeten het afleggen tegen jonkies”
Kurt Van Eeghem leest graag. Heel graag. Het voorbije jaar wreef hij dan ook in z’n handen. Als juryvoorzitter van de Boon Literatuurprijs voor fictie & non-fictie mocht hij, samen met de andere juryleden, meer dan 500 boeken lezen en beoordelen. Een huzarenstuk! Op dinsdagavond 24 maart, in de Stadsschouwburg in Mechelen, krijgen we te horen welke van de 10 genomineerde boeken met de felbegeerde hoofdprijs aan de haal gaat.
Tekst Sofie Bogaerts / Foto's Marco Mertens
Hoe definieer jij ‘een lezer’?
Kurt Van Eeghem: “Iemand die woorden tot zich neemt. De snelheid en de manier waarop doen niet ter zake, of je nu op een e-reader of op papier leest. Zelf vind ik het wel ongelofelijk belangrijk om papier in mijn handen te hebben, ik hou ervan iedere ochtend mijn papieren kranten uit de brievenbus te halen. Dat geknisper van een krant geeft mij een goed gevoel. Ik lees van ’s morgens tot ’s avonds, in wachtzalen neem ik soms de meest dwaze dingen door omdat ik mezelf bijna verplicht voel om te lezen, terwijl ik evengoed rond me heen kan kijken om details in me op te nemen. Ik ben verslaafd aan lezen.”
"DAT GEKNISPER VAN EEN KRANT GEEFT MIJ EEN GOED GEVOEL."
Je bent dit jaar juryvoorzitter van de Boon Literatuurprijs voor fictie & non-fictie. Welke criteria hanteer jij voor het beoordelen van boeken? Zijn er zaken die zwaarder doorwegen dan andere?
“Het is een vreemde situatie waarin je belandt. Er komen meer dan 500 boeken jouw kant op, dat is echt overweldigend. Waar moet je beginnen? Met de leden van de jury hebben we de boeken onderverdeeld zodat toch minstens twee mensen één boek gelezen hebben. Soms weet je al snel welk vlees je in de kuip hebt. Als de allereerste zin fout aanvoelt, lees je nog wel even verder, maar voel je al meteen aan dat het geen prijswinnaar is. Maar er blijven dan nog meer dan 100 boeken over waarin je je moet verdiepen. Dat is heel veel en een gigantische uitdaging op korte tijd.”
“Mijn criterium is hardop lezen. Als een zin vloeiend uit je mond komt, is hij meestal goed. Zoals een schilder verf heeft, heeft een schrijver woorden. Niet het onderwerp, maar het materiaal is van belang, de manier waarop het wordt verteld. Het literair vernuft, het stilistisch vermogen van een schrijver, daarin zit het ‘m. Ik wil getroffen worden door zinnen, ik wil geraakt worden. Ik ben – letterlijk – opgegroeid met Gerard Reve, die me heeft verwend met de mooiste zinnen die ooit in het Nederlands geschreven zijn. Daardoor ligt mijn lat wel hoog.”
"JE KIJKT NAAR HET STILISTISCH VERMOGEN VAN EEN SCHRIJVER, DAAR ZIT HET ‘M IN. NIET OF HET ONDERWERP WERELDSCHOKKEND IS, MAAR DE MANIER WAAROP HET WORDT VERTELD."
Als juryvoorzitter ben je zowel dirigent als klankbord. Hoe verliepen de gesprekken? Ging je soms op je achterste poten staan voor een bepaalde titel?
“Het was een heel jonge jury, maar dat heeft me zeer gelukkig gemaakt. Ik was erg getroffen door de ernst waarmee die jonge mensen de zaak aanpakten, en hoe hun beoordelingen onderbouwd waren. Een jonge twintiger die pas komt kijken, maar al zoveel boeken gelezen heeft en er met zoveel maturiteit over praat, dat doet deugd aan het hart. Het waren vergaderingen op heel hoog niveau, soms best pittig. We zeiden tegen onszelf dat we op zoek gingen naar ‘het beste boek’. Je legt een hele afstand af tot je uitkomt bij een longlist en uiteindelijk een shortlist, met steeds die ene gedachte in het achterhoofd: wat is het beste boek? Daardoor moet je als jurylid soms afstand doen, ik vond het doodzonde om bepaalde boeken te moeten wegleggen. Maar het feit dat iedereen met de keuzes kon leven, stemt me wel tevreden.”
“Er zijn een paar grote namen uit de longlist weggevallen waarover sommigen zich verbazen. Dat komt omdat er zo veel ontzettend goede, nieuwe namen zijn. We staan volledig achter onze keuze van de vijf boeken op de shortlist. En als je dan ontdekt dat er ook debuten tussenzitten, dan word ik oprecht heel blij. Nu volgt nog de moeilijkste keuze: van vijf boeken naar één. Tot nu toe hebben we in een heel vrolijke stemming kunnen beslissen. Voor de laatste stap gaan sommigen misschien wel de hakken in het zand zetten om ‘hun boek’ te verdedigen (lacht). Maar ook daar kijk ik naar uit.”

Je noemde 2025 een vruchtbaar boekenjaar. Viel jou dat eens zo hard op omdat je massaal veel boeken gelezen hebt, en er dus enigszins met een andere bril naar keek?
“Als je kijkt naar de longlist en de shortlist, denk ik wel eens ‘wat is hier aan het gebeuren’? Je zou bijna automatisch Dius van Stefan Hertmans in de shortlist verwachten, of ReinAard van Tom Lanoye. Die grote namen hebben het moeten afleggen tegen enkele jonkies. Als je die evolutie bekijkt, van meer dan 500 boeken tot de laatste vijf, dan kun je niet anders zeggen dan dat het een grand cru-jaar was. En bij het herlezen van de laatste vijf boeken verbaas ik me er nog over wat voor kwaliteit we gekozen hebben.”
"BIJ HET HERLEZEN VAN DE LAATSTE VIJF BOEKEN VERBAAS IK ME ER NOG OVER WAT VOOR KWALITEIT WE GEKOZEN HEBBEN."
Is het winnen van een literaire prijs belangrijk voor een auteur om een boek voldoende aandacht te geven?
“Overal ter wereld zijn er literatuurprijzen. Het is belangrijk omdat het voor veel mensen een leidraad is, daarom werken we ook met een longlist: ‘Maak je geen zorgen als je daaraan begint, want het zijn vijftien topboeken’. Daarnaast is het een mooie manier voor nieuwe namen om door te breken. Voor schrijvers is het belangrijk om op een voetstuk te staan. Meestal zitten ze eenzaam achter hun bureau. Schrijven is geen ploegsport zoals acteren of dansen, het is een individuele artistieke uitdrukking. Daarom zijn prijzen ook voor de hele literatuur belangrijk, want zo creëer je extra aandacht die de literatuur zo hard nodig heeft. Een prijs helpt een schrijver om zichzelf te verkopen, want ze worden geïnterviewd en er wordt over hen gepraat. Zo komen ze uit hun cocon en staan niet alleen zij, maar ook de literatuur heel even op de eerste pagina. En daar moet je alles voor doen.”
“Het maakt voor mij niet uit met wie je gaat slapen, als het maar met een goed boek is. Soms verblijf ik zo in een boek en is het van dusdanig gehalte dat de tranen over mijn wangen rollen, en dat is iets wat alleen de literatuur kan klaarspelen. Dat zijn momenten waarop je je vasthecht aan boeken, en geloof me vrij, dat is me al heel vaak overkomen. Dat gun ik ook aan iedereen, dat je diep geraakt kan worden door literatuur.”
Bij Davidsfonds tellen we momenteel 97 leeskringen. Zitten er, bij zowel de long- als shortlist, boeken tussen die jou verrast hebben en die tot boeiende gesprekken kunnen leiden?
“Goh, het zijn vijftien schitterende boeken. Het boek Koeman van Jan Wester bijvoorbeeld, dat is een debuut, maar het is onbeschrijflijk. Wat hij uit zijn mouw schudt, is verbijsterend. Ook wat Tom Lanoye met ReinAard doet is fenomenaal, het ene taalorgasme na het andere. Maar weet je, we mogen ook de grote namen uit het verleden niet vergeten. Onze Vlaamse literatuur is veel rijker dan we soms denken. Vlaanderen heeft zo veel grootse schrijvers voortgebracht.”
Je bent zelf auteur. Wat vind jij belangrijk om in jouw boeken mee te geven?
“Ik probeer via mijn boeken iets te vertellen aan de lezer, maar schrijven is voor mij eigenlijk niet makkelijk. Ik ken mensen die hun hand laten vallen op het papier en er staat een mooie zin. Ik moet eraan schaven. Ik zal dus nooit een prijs krijgen, tenzij voor onderzoek. Mijn meest geliefde boek Ciurlionis over een Litouwse schilder wordt nu in het Litouws vertaald, daar ben ik heel blij mee. Daar kijk ik met tevredenheid op terug, maar dat is wel een werk van vier jaar.”
Om af te ronden: hoeveel boeken lees jij gemiddeld genomen?
“Toch wel een boek of twee per week, het hangt ook af van de dikte. Ik heb geen favoriet genre, er zijn zelfs biografieën die ik als een roman lees. Een van de mooiste boeken die ik thuis heb, is de wereldgeschiedenis in kaarten. Je reist van de oudheid tot nu doorheen de geschiedenis en je ziet de landen van vorm veranderen, groeien, verpulveren. Het prikkelt je fantasie en zet je aan het denken over de geschiedenis. Dat boek leest voor mij als een roman en is ook inhoudelijk een van de mooiste boeken die er bestaan.”