logoprint

Davidsfonds vzw - Quinten Metsysplein 12 - 3000 Leuven - tel.: 016/310.600 - fax: 016/310.608 - info@davidsfonds.be
 



Share Instagram: davidsfonds.cultuurnetwerk

Vlaanderen: Verbeelding werkt
In de kijker

Vlaanderen Feest
11 juli 2018
 
 
Dames en heren,
Beste Davidsfonds vrienden,
 
 
11 juli is een symbolische datum waarop we stilstaan bij wat het voor ons betekent Vlaming te zijn en waarom het belangrijk is om onze Vlaamse identiteit en Vlaanderen zelf in een globaliserende wereld sterk te koesteren.
 
“La Flandria, nostra carissima patria”. Zo noemde Rubens zijn land toen hij in opdracht van de aartshertogen Albrecht en Isabella optrad als bemiddelaar bij Maurits van Nassau. Daarmee bedoelde hij de Lage Landen bij de Noordzee, en door de eeuwen heen heeft het begrip “Vlaanderen” verschillende geografische omschrijvingen gekregen, afhankelijk van de politieke context.
 
Peter Paul Rubens was niet geboren in dat Vlaanderen dat hem zo lief was. Toch belette hem dat niet om hier verbinding te zoeken met een gemeenschap, hier te ondernemen, te huwen, kinderen op de wereld te zetten, zich maatschappelijk te engageren, volgens sommigen zelfs te spioneren in het belang van zijn idealen. Welvaart voor zijn thuisstad was één van die idealen, zichzelf opwerken ongetwijfeld een andere, maar zeker ook bescherming nastreven van de waarden die hij voorstond, in die tijd de katholieke waarden van de contrareformatie. Dat belette hem niet zijn oren, ogen en geest op te houden en de humanistische ideeën van zijn tijd te omhelzen, in welke taal ze ook mochten komen. Rubens aanzag zichzelf als een Vlaamse Europeaan.
 
Ik moet vaak aan figuren zoals Rubens denken wanneer er vandaag zo druk wordt gedebatteerd over identiteit, eigenheid, migratie, integratie of grenzen. De taal die de Meester sprak was die van kunst en cultuur, verering voor het Europese erfgoed, maar zijn drijfveer was nieuwsgierigheid en daarbij bediende hij zich van humanistische principes geworteld in het christendom. Hij bracht zijn overtuiging naar voren zonder daarbij blind of doof te zijn voor “het andere”, ook al was hij natuurlijk aan het eind van de dag, als kind van zijn tijd, overtuigd van zijn gelijk.
 
En meer nog dan via het intellectuele debat, vertaalde de creatieve Rubens zijn ideeën in beelden, vormen, kleuren, composities, net zoals veel van die Vlaamse Meesters die hem voorgingen en opvolgden, hebben gedaan. De taal van de schoonheid heeft de kracht van verbinding, over de grenzen van taal en levensbeschouwing heen. De verbindingskracht die uitgaat van onze cultuur, dat is in feite wat we vandaag, op onze Vlaamse feestdag, moeten vieren. Die schoonheid van ons erfgoed, of dat nu gebouwd, geschilderd, gekerfd, gezongen of geschreven is, zou voldoende reden tot trots moeten zijn, reden tot samenkomen en vieren. Reden om zonder bijgedachte te zeggen: ja, ik ben fier dat ik me hiermee mag verbinden en me daarom Vlaming mag voelen en noemen.
 
Maar helaas. In het actualiteitsdebat moeten we met een vergrootglas op zoek naar oprechte en kwaliteitsvolle aandacht voor cultuur en erfgoed. Het aanmoedigen van gezonde trots wordt niet gezien als een noodzakelijk onderdeel van burgerzin. Dat is een spijtige vaststelling. Termen als verdieping, reflectie, erfgoed of schoonheid worden in de weekendbijlages van de kranten opgevoerd ter verstrooiing, maar halen zelden de voorpagina. En al helemaal niet wanneer ze deel zijn van een verhaal over hoe Vlamingen aansluiting zoeken bij hun geschiedenis zodat ze beter in staat zijn hun toekomst te bemeesteren. Het is nu net in deze omstandigheden dat de grootste cultuurvereniging van Vlaanderen op zoek is gegaan naar zichzelf. Op zoek naar antwoorden op de vraag “waarvoor staan we, waarvoor doen we het nog”? In die zoektocht hebben we elkaar nodig.
 
Goede Davidsfonds vrienden,
 
Het is mijn geloof dat mensen, vooraleer ze zich verbonden kunnen voelen met andere mensen, hun plek moeten kennen. En dan bedoel ik niet dat we ons maar beter onder ’t spreekwoordelijke maaiveld verschuilen. Integendeel: waar mensen letterlijk hun plaats kénnen en zich ermee verbonden voelen, groeit waarachtige verbondenheid, gastvrijheid, fierheid. En onze plek op deze aardbol heet Vlaanderen.
 
Overal waar ik in Vlaanderen kom, ontmoet ik mensen die zich intens verbonden voelen met ‘hun’ plek en gemeenschap. Plaats en gemeenschap staan niet los van elkaar. In dat samenspel tussen mens, plek en gemeenschap ligt de voedingsbodem voor een engagement die ons als mensen rijker, wijzer, meer open maakt. Liefde voor een plek is een culturele connectie met een fysieke omgeving ervaren die heden ten dage veelal verloren gegaan is, maar waar méér en méér mensen naar op zoek zijn.
 
Vlaanderen heeft ons in dat opzicht iets eigens te bieden. ‘Iets’ dat spoort met identiteit, wortelt in geschiedenis, oorsprong – hoe vaag dat ook klinkt.  Ik heb daar zo een eigen theorie over.
 
Heel lang geleden lag het stukje land dat nu Vlaanderen is, onder water. De zee trok zich terug, een nat laagland achterlatend. Het woord ‘Vlaming’ heeft trouwens dezelfde wortel als het woord “flaum” dat ‘terp’ betekent: een hogere plek in een voor het overige vochtig gebied. Vlaanderen, een nat, modderig land dat zuigt aan voeten van mensen die het land proberen te onderwerpen. In de ziel van de mensen huist een vage angst om het alsnog te verliezen van de zuigkracht van de modder. Vlamingen voelen zich veiliger ‘op hoogte’. Onze voorouders bouwden hun belangrijke gebouwen als kathedralen en belforten om het hoogst. Dingen van grote waarden bewaren we ‘hoog en droog’. Vlaamse reizigers zoeken hoogtes op om ‘hoogte te krijgen’ van onbekende omgevingen. En ook het moeras speelt nog op. Het lijkt erop dat de zuigkracht van de modder ons ertoe drijft elkaar onder het maaiveld te houden. We moeten die krachten herkennen en erkennen, want dat is de eerste stap naar het positief aanwenden ervan.
 
Iets anders wat ons, Vlamingen, overwegend kenmerkt, is onze voorliefde voor beeld. Waar de Fransen of Italianen zich bedienen van een ontzettend rijke woordkunst, grijpen Vlamingen terug naar het beeld en de beeldspraak om complexiteit tot uitdrukking te brengen. Vlaamse kunst, van Pieter Bruegel over Cyriel Buysse tot Sam Dillemans, gaat uit van een zorgvuldige observatie en interpretatie van de rauwe realiteit eerder dan van mathematische wetmatigheid. Wij zijn meesters in het beeldend uitdrukken van wat onzegbaar is met onze woorden.
 
Er is dus ‘iets’ speciaals in Vlaanderen dat in onze historie en aard zit. Iets dat ons kan inspireren, doen stilvallen, op ideeën brengt, in contact brengt met onze eigen wortels, twijfels en dromen. Als we dat unieke ‘iets’ herkennen, als we erkennen wat authentiek spoort met onze Vlaamse identiteit, dan boren we de verbindende kracht van onze gezamenlijke cultuur aan. En kunnen we dat ‘iets’ ook delen met anderen.
 
Ik heb zelf de ervaring verknocht te zijn aan mijn omgeving. De band die je hebt met de plek waar je woont, tussen mensen waar je waarachtig kunt zijn, waar anderen jouw eigenheid zien en aanvaarden: dat allemaal bijeen is ‘thuis’. ‘Je plaats kennen’ is een proces van dieper doordringen in de betekenis van ‘thuis’ en hoe je dat vormt en gelukkig maakt. Als meer mensen ‘hun plaats kennen’, hun plaats die Vlaanderen heet, kan er een gigantisch positief elan ontstaan.
 
We geloven dat Davidsfonds die positieve verbindende kracht in Vlaanderen mee gestalte kan geven, en dat daarvoor het lokale vrijwilligersengagement cruciaal is. Lokale initiatiefnemers kunnen sterke actoren zijn in het grote cultuurverhaal dat Vlamingen kan samenbrengen.  Cultuur kan lokale en regionale ontwikkeling in beweging brengen. Van cultuurbeleving in Vlaanderen, en waarom niet van onze Vlaamse cultuur, kan een verbindende kracht uitgaan voor lokale gemeenschappen. Een kracht die wortelt in authenticiteit en identiteit, dergelijke kracht blijft hangen.
 
Wat Vlaanderen “Vlaanderen” maakt, en ons tot Vlamingen, zit meer dan ooit in de aansluiting die we kunnen maken met wat de mensen drijft of passioneert. Dat vraagt van ons dat we opnieuw verwonderd worden door wat er lokaal te zien, te voelen en te beleven valt. Dat we aandacht schenken en ons afvragen welke waarden en verhalen er achter tradities en gewoonten schuilt. Of wààr een opvallende trots vandaan komt. Want daarin zit die ‘echtheid’, die mensen nog steeds samen willen beleven. Daarvoor is lokaal actorschap broodnodig.
 
Overal in Vlaanderen zijn er gepassioneerde mensen die trots zijn op hun plaats, gedreven zijn door idealen, gebaseerd op al dan niet geëxpliciteerde waarden; mensen die op “hun” plaats mensen willen samenbrengen en verwelkomen en hen onvergetelijke ervaringen bieden. Wat we nu samen moeten doen, is die aanwezige kracht van verbinding in Vlaanderen omzetten in een gemeenschappelijke doorleefde visie op de rol die ons Davidsfonds daarin kan spelen in de 21ste eeuw. Daar moeten we nú werk van maken. Bondgenoten zoeken, partnerschappen ontwikkelen en werken aan een breed gedragen verhaal.
 
Wat hebben we als vrijwilligers nodig om die kracht van verbinding nog sterker te maken? Twee dingen kunnen ons op weg helpen: inspiratie en daadkracht. Inspiratie voor de ontwikkeling van een visie, gebouwd op sterkten en dromen waar we naartoe willen. Onze nieuwe missie, die we op 6 oktober zullen lanceren, zal ons dat opnieuw bieden, en onze regiocoördinatoren gaan jullie hierover de komende tijd informeren en begeleiden als jullie er mee aan de slag zullen gaan.
 
En naast die inspiratie dus ook daadkracht om de moed te vinden ervoor te gaan. Want ook dat is iets van ons, Vlamingen: de schrik voor commentaar is vaak sterker dan de moed om het anders te durven doen. Davidsfonds kan die daadkracht ontwikkelen en aanmoedigen. We hebben de waarheid niet in pacht, laat dat duidelijk zijn. We kunnen wel kennis doorgeven, mee nadenken en begeleiding bieden om van culturele identiteit een verbindende kracht te doen uitgaan. Daarbij staat de vraag centraal hoe cultuur in Vlaanderen een sterk bindmiddel kan zijn in de gemeenschapsvorming.
 
Naast de verduurzaming van onze economie in de 21ste eeuw, denk ik dat de maatschappelijke verduurzaming alleen slaagkansen heeft als we cultuur opnieuw als een verbindende kracht gaan zien.
 
Beste Davidsfonds vrienden,
 
Ons koppig, eigenwijs maar baanbrekend vakmanschap, geworteld in traditie, maar dankbaar gebruik makend van wat we leren in of halen uit de wijde wereld, maakt ons kinderen van “le plat pays”. Terpbewoners die vechtend tegen het wassende water zich boven de middelmaat willen zetten.
Wie we als Vlaming zijn, hoe we in de wereld staan, hoe we met elkaar leven, hoe we omgaan met waarden, met taal, met cultuuruitingen, met ons erfgoed; dat verhaal moeten we uitdiepen omdat het verbindend kan werken in deze tijd van verarmende hyperindividualisering. Vlaming zijn is méér dan een taal spreken of hier geboren of gestorven zijn. Rubens zag het levenslicht in Duitsland, Van Dijck rust in Engeland. Wie hier leeft, werkt, onderneemt, alleen of in een gezinsverband leeft, voor anderen zorgt of zorg nodig heeft, wie droomt, bemint, nadenkt, het land bewerkt, de truweel hanteert, zich engageert als vrijwilliger en daarbij met open en positieve blik in het leven staat en de hand uitsteekt naar zijn buur: het zijn allen Vlamingen die zich willen verbinden met een positieve zienswijze op identiteit, erfgoed en cultuur.
 
Voor die energie zou Davidsfonds het ideale platform moeten zijn. Die uitdaging is actueler dan ooit. Ik weet dat velen wachten op dit wervend verhaal. Vandaag schrijven we samen aan dit verhaal. Davidsfonds moet zich resoluut de stem maken van wat ik de nieuwe Vlaamse beweging zou noemen. En dat is een beweging die breder omarmt, dieper zoekt en hoger reikt. We hebben jou daarbij nodig.

Peter De Wilde
Voorzitter Davidsfonds



Terug