Onze Junior Journalisten van 2026!
Lees de winnende teksten hieronder
De 41ste editie van Junior Journalist bracht ook dit jaar weer enkele winnaars voort. Tijdens de prijsuitreiking op zondag 26 april in het Vlaams Parlement mochten de winnaars in de vier categorieën een prijs in ontvangst nemen. Benieuwd welke inzendingen de jury warm wisten te maken? Lees de winnende teksten hieronder of download ze via de pdf onderaan deze pagina.
WINNAAR REEKS 1
5DE EN 6DE LEERJAAR BASISONDERWIJS
Naam: Matthias Marcoen
School: ‘t Scholeke
Afdeling: Davidsfonds Bekkevoort
Is het echt?
De regen tikte zachtjes tegen het raam toen Max zijn ogen opende. Voor een moment wist hij niet waar hij was. De kamer was dezelfde als altijd: een smalle houten kast, zijn bureau vol papieren, het zachte zoemen van de koelkast in de keuken. Maar toch voelde er iets… verschoven. Het was alsof de wereld net één millimeter uit lijn stond, alsof alles nét niet paste. Hij ging rechtop zitten en wreef over zijn gezicht. “Je verbeeldt het je,” fluisterde hij tegen zichzelf. Maar dat had hij de laatste weken al veel te vaak gezegd.
Toen hij naar beneden liep en het licht aandeed, schrok hij. De lamp flikkerde even – heel even – maar in dat ene flitsende moment zag hij de keuken alsof deze uit karton was gemaakt. De muren leken plat, zonder diepte, alsof iemand ze snel had neergezet om een decor te bouwen. En toen was het weer normaal. Max ademde diep in. “Genoeg. Je moet naar buiten, frisse lucht.”
Hij pakte zijn jas en opende de deur. Buiten was het stil. Te stil. De straat was normaal gesproken druk rond dit tijdstip: mensen die hun hond uitlieten, een buurman die zijn auto startte, kinderen die mopperend naar school fietsten. Maar nu… niets. Alleen de regen en de grauwe lucht.
Hij liep de stoep op en keek om zich heen. Alles stond er, precies zoals het hoorde, maar het voelde als een foto, niet als een levende wereld. Toen hij de hoek om ging, voelde hij een rilling over zijn rug. In de verte, op het plein, stond een meisje. Ze droeg een felgele jas en keek recht naar Max. Onbeweeglijk.
Max fronste. “Hallo?” riep hij voorzichtig.
Het meisje bewoog niet. Geen knik, geen glimlach. Alleen die starende blik.
Max deed een stap dichterbij, maar in een fractie van een seconde – alsof iemand op een knop drukte – knipperde het beeld en was het meisje weg.
Gewoon. Weg. Het bloed trok weg uit Max zijn gezicht. Dit was niet normaal. Dit was niet iets wat hij zich inbeeldde. Hij voelde zijn hart bonzen terwijl hij langzaam achteruit stapte. “Wat gebeurt er met mij?” fluisterde hij. Toen hoorde hij het geluid van voetstappen. Hij draaide zich om en zag zijn buurman in de deuropening van zijn huis staan. Meneer Van Loon. Altijd vriendelijk, altijd met een groet en een grap. Maar nu stond hij roerloos, zijn gezicht strak, zijn ogen leeg. “Nee,” fluisterde Max. “Dit kan niet echt zijn.”
“Wat als het wél echt is?” klonk ineens een stem naast hem.
Max schrok en draaide zich om. Het meisje in de gele jas stond op nog geen meter afstand van hem. Ze was niet verdwenen. Ze was nooit verdwenen.
“Wie ben jij?” vroeg Max met zachte stem.
Het meisje glimlachte. Niet vriendelijk, maar begripvol, alsof ze wist wat Max doorstond.
“Je voelt al een tijdje dat de wereld om je heen verandert, toch?” vroeg het meisje. “Dat dingen niet kloppen.”
Max knikte langzaam. Zijn keel voelde droog.
“Dat komt omdat jij wakker wordt,” zei het meisje. “De meeste mensen zien de lagen van deze wereld niet. Ze leven in wat ze krijgen voorgeschoteld. Maar jij… jij ziet dat het niet klopt. Dat er meer is.”
“Meer wat?” vroeg Max, Zijn stem nauwelijks hoorbaar.
Het meisje reikte haar hand uit. “De waarheid.”
Max aarzelde. Hij keek naar de hand, naar de regen die er niet op leek te vallen, alsof het meisje net buiten de werkelijkheid stond. Hij voelde een aarzeling die diep in zijn borst trok… maar ook een sprankeltje nieuwsgierigheid. Een gevoel dat hij al jaren niet meer had gevoeld. “Als ik je hand pak,” vroeg Max, “verandert alles dan?” “Alles dat onecht is, verdwijnt,” zei het meisje. “En wat echt is… blijft.” Max slikte. De regen viel zwaarder, donkerder, zijn wereld voelde dunner dan ooit. Hij wist dat hij geen terugweg meer had.
Hij pakte de hand.
En op dat moment voelde hij het. De wereld kantelde zachtjes, als een schilderij dat eindelijk recht werd gehangen. De geluiden keerden terug, de lucht werd helder, en zijn gedachten – voor het eerst in maanden – waren stil.
Het meisje knikte tevreden.
“Welkom terug,” zei ze. “Dit is echt.”
En Max wist dat het waar was. Niet omdat iemand het zei, maar omdat hij het voor het eerst voelde. In elke vezel van zijn lichaam. Het meisje verdween uit het niets. En alles was weer normaal.

-
WINNAAR REEKS 2
EERSTE GRAAD SECUNDAIR ONDERWIJS
Naam: Soumaya El Mansouri
School: Guldensporencollege Harelbeke
Afdeling: Davidsfonds Gavers
Een leerkracht van metaal
Je kent ze vast wel met hun koffieadem en kleren uit de prehistorie. Jammer genoeg zijn deze oeroude mensen aan het uitsterven. Tegenwoordig gebeurt alles met AI of robots. Zouden we de leerkrachten dan ook kunnen vervangen? Of is dat al gebeurd?
Robots in de klas
Vandaag gebeurt alles met AI: dat betekent kunstmatige intelligentie. Dat zijn slimme computers die alles doen zoals de mensen. Ze kunnen rekenen, praten, tekenen en zelfs grapjes maken (al zijn ze meestal flauw). Maar kunnen ze ook meester of juf zijn?
Je ziet je leerkrachten vijf dagen per week. Je bent altijd blij als ze ziek zijn. Alle leerlingen vallen bijna in hun slaap tijdens de les. Maar toch moeten we hun dankbaar zijn.
Leerkrachten weten ook niet alles. Al willen ze dat je dat denkt. Ze gebruiken ook AI om dingen op te zoeken. Maar hoe zou het zijn als je een robot als leerkracht had? Robots zouden alles kunnen uitleggen en elke vraag kunnen beantwoorden. Het is en lijkt cool, maar we mogen niet alles geloven wat ze zeggen. Maar willen we echt een robot die zegt: “Goeiemorgen, leerling 67.”
Robots in alle landen
In sommige landen gebruiken ze al robots in de klas. In Japan, China en Zuid – Korea zie je robots die kinderen helpen met leren. Ze helpen bij het leren van een tweede taal. Ze verbeteren toetsen en geven uitleg.
Dat is misschien handig, maar ze hebben geen gevoelens. Ze zien het niet als je verdrietig bent. Ze geven geen complimenten. Ze lachen niet als je een grap vertelt.
Te weinig leerkrachten
Er is een groot probleem: er zijn te weinig leerkrachten. In sommige scholen is er niet altijd les. Soms moeten klassen samengevoegd worden of krijgen leerlingen taken zonder uitleg. Dat is niet leuk. Sommige mensen zeggen: “Laat robots het maar doen.” Maar dat is geen echte oplossing. Robots kunnen helpen, maar ze kunnen geen mensen vervangen. Ze hebben geen hart, geen gevoel voor humor en geen geduld.
Robots zijn slim, maar niet gezellig
Een robot kan misschien uitleggen hoe je breuken optelt. Maar als je verdrietig bent omdat je hond gestorven is, dan zegt een robot gewoon: “Dat is jammer. Ga nu verder met je werk.” Een echte juf zou je troosten. Een echte meester zou je even laten praten.
Robots zijn slim, maar niet gezellig. Ze kunnen geen mopje maken over de toets. Ze kunnen je niet aanmoedigen als je denkt dat je iets niet kan. Ze kunnen geen verjaardagsliedje.
Daarom is het belangrijk dat we echte mensen in de klas houden. Robots kunnen helpen als assistent. Ze kunnen oefeningen verbeteren, extra uitleg geven of zelfs een quiz maken. Maar ze mogen nooit de baas zijn in de klas.
Leerkrachten zijn belangrijk (ook al zijn ze soms streng)
Helaas moeten we voorlopig nog leven met de oude leerkrachten. Ze zijn misschien streng, ze geven veel huiswerk en ze zeggen vaak “Stilte!” Maar diep vanbinnen zijn ze best chill. Ze willen dat je iets leert. Ze willen dat je later een goede job hebt. Ze willen dat je gelukkig bent.
Zonder leerkrachten zou de school maar saai zijn. Robots kunnen geen toneelstuk organiseren. Ze kunnen geen sportdag leiden. Ze kunnen geen mopje maken over de directeur (oké, dat mag eigenlijk niet, maar toch).
We moeten dus tonen hoe leuk leerkrachten zijn zodat meer kinderen later zelf juf of meester willen worden, maar dan wel zonder koffie-adem en met mooie kleren! Misschien met een beetje hulp van technologie, maar altijd met een warm hart.
Wat hebben we geleerd
We moeten dus goed nadenken: robots kunnen helpen, maar ze kunnen geen echte juf of meester vervangen. Ze zijn slim, snel en handig, maar ze hebben geen hart.
Leerkrachten zijn streng, soms saai en ja … ze ruiken naar koffie. Maar ze zijn ook grappig, lief en ze begrijpen je echt.
Daarom moeten we tonen hoe belangrijk leerkrachten zijn zodat er in de toekomst genoeg mensen zijn die dit mooie beroep willen doen. Met of zonder robot naast zich.

-
WINNAAR REEKS 3
TWEEDE GRAAD SECUNDAIR ONDERWIJS
Naam: Floor Van Den Branden
School: Broederschool Humaniora Sint-Niklaas
Afdeling: Davidsfonds Sint-Niklaas
Wie is dat in de spiegel?
Er is een ramp gebeurd in het brein van Mevrouw Cecilia Cerebrum. Na 85 jaar zijn de werknemers in Cecilia’s brein het beu: ze doen al te lang dezelfde job. Arbeiders gaan op zoek naar variatie of nemen zelfs ontslag. Het is één grote warboel. We besloten een onderzoek te starten en verschillende werknemers te interviewen over deze bizarre situatie. We gingen eerst langs bij Tina en Tessa uit de temporale kwab. Zij zijn het, net zoals vele anderen, beu dat ze al 85 jaar aan één stuk door moeten werken.
Tina ‘Wij waren onze job beu! U hebt allemaal geen idee hoe vervelend het is om 85 jaar hetzelfde beroep te doen. Dan zou u toch verwachten dat wij op zijn minst af en toe een pauze krijgen, maar niets is minder waar. Wij werken al 85 jaar aan één stuk door. Geen vakantie, geen pauze. Zelfs geen facultatieve verlofdag. Maar er wordt naar ons natuurlijk niet geluisterd! En dus protesteren wij! Dat is hier blijkbaar de enige manier waarop we gehoord worden.’
Tessa ‘Het is zoals Tina het zegt: dag in dag uit zit ik hier te verdrinken in de dossiers van oude herinneringen: gênante momenten, ongemakkelijke conversaties en domme fouten. En dan moet ik minstens 20 keer per dag zo ‘n dossier doorgeven aan Tina om te voorkomen dat ze die afschuwelijke fouten opnieuw maakt. Het is potverdorie om een depressie van te krijgen!’
Tina ‘Dat is goed gezegd, Tessa. Ik zit hier elke dag nieuwe leerstof, ervaringen en prachtige momenten op te slaan en die kan ik dan geen vijf seconden koesteren, want er komt alweer iets nieuws binnen. Het is potverdorie om een burn-out van te krijgen!’
Interviewer ‘En wat houdt jullie protest precies in?’
Tina ‘Wel, ik moet elke dag honderden herinneringen opslaan. Daar maak ik dan dossiers van en die mail ik door naar de baas. Maar dat doe ik dus niet meer. Ik weiger nog één enkele mail te sturen naar die blaaskaak! Als hij het niet belangrijk genoeg vindt om eens vijf minuten naar ons te luisteren, dan doe ik de moeite niet meer om naar hem een dossier door te mailen! Ik staak!’
Tessa ‘Zo is dat, Tina! Ik zit hier alle dagen oude herinneringen op te halen die “van belang zijn voor de situatie die nu aan de gang is”, zoals meneer het zegt. En als het dan “niet nuttig” of “de foute herinnering” is, dan heeft hij plots wel tijd om naar hier te komen en mij de les te spellen! Maar nu niet meer. Ik kies nu zelf welke herinnering ik op welk moment doorstuur. En omdat ik af en toe houd van een beetje nostalgie, stuur ik graag hele oude herinneringen door. 27 keer per dag. En amper 25 keer per nacht. *glimlacht* Hij is nog niet komen klagen. ‘
Tina ‘Tja, hij heeft waarschijnlijk niet zo veel tijd meer nu.’
Ook namen we een interview af in het kantoor van de emoties in de frontale kwab. Hier is namelijk voor de eerste keer in 85 jaar een nieuwe jobstudent die een vaste medewerkster vervangt.
Verwarde Victor ‘Goeiemiddag… Ik ben Victor. Maar ik word hier verwarde Victor genoemd. Ik begrijp niet zo goed waarom ze mij zo noemen, maar ik vind het wel leuk…denk ik.’
Walter Woede ‘Ik vind Verwarde Victor nog redelijk zacht gezegd! Ik noem hem Vreselijke Voddenvent.’
Interviewer ‘Ja… Zullen we beginnen met het interview?’
Verwarde Victor ‘Interview? Is dit een interview? Moest ik iets voorbereiden? O nee…’
Interviewer ‘Nee, je moest niets voorbereiden. Ik zal gewoon beginnen met de eerste vraag. Victor, zou je ons wat meer kunnen vertellen over de situatie die hier gaande is?’
Verwarde Victor ‘Ik vind de situatie… Ik vind…… de situatie….’
Walter Woede ‘Ronduit slecht: Vera Verdriet weent zo veel dat ik hier dagelijks twee keer moet dweilen, Bea Blijdschap is op vakantie om “haar innerlijke rust terug te vinden”, waardoor we nu met deze klojo opgescheept zitten en Aaron Angst zit al drie dagen onder zijn bureau met een inzinking en zijn knuffelbeer!’
Aaron Angst (stil) ‘Het is een knuffelkonijn.’
Walter Woede (zucht) ‘Zou u ons nu met rust kunnen laten? Ik heb nog veel werk!’
Ten slotte gingen we langs bij de baas van Cecilia’s brein: Dimitri Dementie.
Interviewer ‘Meneer Dementie, wat is uw mening over deze ernstige gebeurtenissen?’
Dimitri Dementie ‘Ik vind het verschrikkelijk. Ik begrijp niet waar dit allemaal vandaan komt. De voorbije 85 jaar was alles in orde. Alle medewerkers deden hun taak en Cecilia leidde een prachtig leven. Maar alles is plots gekeerd. Medewerkers nemen ontslag, doen hun job helemaal anders of wisselen van taak omdat ze variatie willen. Maar er zijn vooral veel arbeiders die protesteren en staken. In het kantoor waar alle dossiers van kennissen, familie en vrienden worden bewaard, zijn de werknemers dossiers aan het versnipperen uit protest. Hierdoor is Cecilia de namen van al haar vriendinnen uit de lagere school vergeten. Ze dreigen zelfs om Cecilia’s dossier zélf te versnipperen. Dit zou betekenen dat ze zou vergeten wie zij zelf is! Stel u voor dat ze in de spiegel kijkt en niet weet wie de persoon rechtover haar is. En dat is niet het enige! Ik krijg ongelofelijk veel mails binnen over herinneringen van 80 jaar geleden van de temporale kwab. Wel 27 per dag! En dan nog eens 25 per nacht. Ik doe geen oog meer dicht! En dit zijn nog maar enkele voorbeelden van de drastische feiten. Het hele gebeuren brengt Cecilia in de war. Ze gaat er op achteruit.’
Interviewer ‘Dit is de eerste keer dat zoiets ernstig zich voordoet. Zelfs wij hebben nog nooit zoiets gezien. Heeft u toevallig al een naam bedacht voor deze ernstige zaak?’
Dimitri Dementie ‘Wel, ik dacht eraan de zaak naar mij te vernoemen aangezien ik de baas ben van het brein van het eerste slachtoffer.’
Interviewer ‘Goed. Voortaan noemen wij deze zaak ‘Dimitri’. Is er nog iets dat u wil zeggen om het interview af te sluiten?’
Dimitri Dementie ‘Ik zou nog willen zeggen dat het 85 prachtige jaren waren en dat het een eer was om Cecilia’s brein te mogen begeleiden. En dat zal ik blijven doen tot het einde.’
Interviewer ‘Bedankt voor deze mooie woorden, Meneer Dementie.’

-
WINNAAR REEKS 4
DERDE GRAAD SECUNDAIR ONDERWIJS
Naam: Nina De Sutter
School: Sint-Martinuscollege Overijse
Afdeling: Davidsfonds Overijse
Moeten we onze kinderen het geheim van Sinterklaas vertellen?
Het is 5 december. De woonkamer is verlicht door de open haard. Een schoen ligt netjes klaar, gevuld met een wortel en suikerklontjes. Ook steekt er een tekening in, waarin uren werk is gestoken. Buiten is het donker en sneeuwt het, terwijl de kinderen vol spanning naar bed gaan. Hun hart klopt steeds sneller van nieuwsgierigheid en verwachting: zal de Sint vannacht echt langskomen? De volgende ochtend rennen ze al vroeg naar hun schoen: “Mama, wakker worden! De Sint is geweest!” Het is een magisch moment, een ervaring vol verwondering, spanning en vreugde. Als ouder kun je je afvragen hoe we het best tegen onze kinderen vertellen dat de Sint niet echt bestaat, aangezien we hen leren dat ze ook niet tegen ons mogen liegen. Maar is het juist geen zonde om deze magie te doorbreken door hen het geheim te vertellen?
Allereerst is het volgens orthopedagoog Julia Koopmans belangrijk dat kinderen geloven in Sinterklaas, maar ook in andere fantasiewezens. Het geeft kinderen de ruimte om magisch te denken en dat is essentieel voor hun sociaal-emotionele groei. Dit magisch denken helpt hen hun inlevingsvermogen te ontwikkelen, om te gaan met angsten en een verhalende mindset te oefenen. Koopmans zegt hierbij ook dat je Sinterklaas dus nog even moet “meenemen” in de fantasiewereld van het kind, want zo stimuleer je het kinderlijk verbeeldingsvermogen. Je liegt dus niet tegen je kind, maar je beweegt mee in hun fantasie.
Volgens Lieselot de Wilde, professor historische en algemene pedagogiek, is het verhaal van Sinterklaas veel meer dan een fantasieverhaal. Het is een diepgewortelde culturele traditie, die vele generaties met elkaar verbindt. Zo blijkt er uit een onderzoek dat ouders samen met hun kinderen Sinterklaas vieren omdat ze er zelf fijne herinneringen aan hebben. Zo kunnen de ouders zelf weer even kind zijn. De Wilde legt uit dat volwassenen en kinderen samen deelnemen aan een gedeeld ritueel dat gevoelens van continuïteit en verbondenheid creëert tussen hen. Dit doen ze door samen bijvoorbeeld een schoentje te zetten, liedjes te zingen en nog veel meer. De mythe zorgt dus voor een collectieve, warme ervaring die families samenbrengt. Als ouder lieg je dus niet, het is namelijk een pedagogische vorm van traditiebehoud.
Ten slotte, volgens de Universiteit van Texas, ervaren kinderen, die zelf ontdekken dat Sinterklaas een mythe is, een persoonlijke en betekenisvolle ontdekking. Ze leren zelf verbanden te leggen en conclusies te trekken in plaats van dat hun ouders de waarheid vertellen. Hierdoor ontwikkelen ze zelfvertrouwen en zelfstandigheid. Het ontdekken van het geheim van Sinterklaas voelt als een intellectuele prestatie. Volgens de universiteit stimuleert deze manier van leren zowel cognitieve vaardigheden als kritisch denken. Kinderen gaan aanwijzingen analyseren en gaan logisch nadenken over het verhaal rond de Sint. Hierdoor combineren kinderen plezier, nieuwsgierigheid en ontwikkeling op een natuurlijke en leerzame manier.
Sommige ouders vinden dat ze hun kinderen beter meteen vertellen dat de Sint niet echt is, omdat ze het gevoel hebben dat ze liegen tegen hun kinderen. Ze vrezen dat hun kinderen later boos zullen worden wanneer ze zelf ontdekken dat Sinterklaas niet echt bestaat. Ouders zijn bang dat dit de vertrouwensband zal schaden. Ze vinden dat ze hun kinderen juist moeten leren dat eerlijkheid belangrijk is en dit gaat dus niet als ouders zelf liegen over het geheim van Sinterklaas. Maar toch wijzen pedagogen erop dat het verhaal van Sinterklaas geen leugen is, maar een gedeelde culturele fantasiewereld waar kinderen vrijwillig in mee gaan. Ook zullen kinderen geen vertrouwen verliezen wanneer ze later zelf achter het geheim komen. Ook wil ik hieraan toevoegen dat we als ouder over veel meer liegen dan alleen het verhaal van Sinterklaas. Zo vertellen wij als ouder tegen jongere kinderen ook niet de echte waarheid over waar kindjes vandaan komen.
Naar mijn mening is Sinterklaas meer dan alleen een feest; het is een culturele traditie die kinderen laat dromen, leren en ontdekken. Doordat kinderen het geheim van de Sint zelf ontdekken, geeft het ze de kans om autonomie en zelfvertrouwen te ontwikkelen door zelf verbanden te leggen en conclusies te trekken. Ook stimuleert het het kritisch denken en ontwikkelen ze fantasie en creativiteit. De mythe van de Sint houdt het feest spannend en versterkt de band met familie en cultuur. Doordat ouders hun kinderen niet op vroege leeftijd vertellen dat de Sint niet echt is, geven we de kinderen niet alleen een magische ervaring, maar ook een waardevol educatief en sociaal instrument in hun ontwikkeling.
Het is dus belangrijk dat wij het magische moment van je schoen klaar te zetten, je verlanglijstje te maken en vol spanning te gaan slapen niet verbreken.

-
(C) Foto's Pieter Mylle
Bedankt aan alle deelnemers, vrijwilligers en juryleden om er ook dit jaar weer een fantastische editie van te maken!